Het vijf gesprekkenmodel van de Nederlandse Vereniging Stressmanagement en Reïntegratie
Aanpak en preventie van verzuim bij werkgerelateerde psychische problematiek
Maart 2010
Ger Rotmeyer
Hans Linde
Betty van Gils
Bert Oving
Inleiding
Psychische klachten zijn een van de grootste oorzaken van ziekteverzuim en instroom in de WAO. Uit onderzoek van prof. R. Blonk, psycholoog en onderzoeker naar ziekteverzuim door werkgerelateerde psychische klachten, blijkt dat een activerende aanpak door werkhervatting en competentieverbetering met behulp van stressmanagement technieken de meest effectieve aanpak is om mensen weer snel aan het arbeidsproces te laten deelnemen. De GGZ in Eindhoven ontwikkelde eind jaren negentig het vijf gesprekkenmodel om wachtlijsten weg te werken en arbeidsvreugde bij therapeuten te vergroten.
De resultaten van de onderzoeken van Prof. R. Blonk en de methode van de GGZ inspireerden de NVSR om zelf een vijf gesprekkenmodel te maken.
De NVSR heeft een vijf gesprekkenmodel ontwikkeld op basis van het WEB model van Arnold Bakker en het ABC model van Cor Prevo. Ook de uitkomsten van het onderzoek van prof. R. Blonk zijn geïntegreerd in onze aanpak van werkgerelateerde psychische klachten. Verder hebben we de STECR werkwijzer “werkstress” en de NVAB richtlijn “psychische problemen, categorie stressgerelateerde stoornis” en de leidraad “overspanning” als referentiekader gebruikt.
In een vijftal gesprekken wordt de problematiek van de cliënt verhelderd. Door het aanleren van individuele stressmanagement technieken besteedt de deskundige aandacht aan de organisatie van arbeid en het omgaan met werkgerelateerde psychische klachten.
Na het voeren van deze gesprekken is duidelijk of de cliënt weer voldoende handvatten heeft voor zijn verdere reïntegratie of dat eventuele verwijzingen naar andere instanties nodig zijn om verder herstel van het functioneren in het arbeidsproces te bevorderen.
Het vijfgesprekkenmodel omvat:
- Een inventarisatie van de problematiek.
- Het gebruik van een cognitieve gedragsmatige therapeutische benadering, timemanagement, organisatorische interventies en schrijfopdrachten.
- Het geven van kennis en achtergrondinformatie over verschillende stressmodellen, diagnostiek en cognitieve gedragstherapie.
Het eerste gesprek: Kennismaking, oriëntatie en probleemverheldering
Voordat het eerste gesprek plaatsvindt, is het raadzaam de cliënt een beschrijving te laten geven van zijn situatie en hoe deze tot stand is gekomen. Dit dient hij te sturen naar de stressmanagement en reϊntegratiedeskundige. Hierdoor heeft de cliënt over zijn situatie nagedacht en geschreven, wat al kan meewerken aan het verkrijgen van inzicht.
Het eerste gesprek verloopt vervolgens als volgt:
1) Het geven van rationale:
- Door de begeleider wordt uitleg gegeven van het te lopen traject, gericht op herstel van controle.
2) Het onderzoeken van het probleem: verkennen van de hulpvraag of vraag achter de vraag.
3) Het geven van theoretische achtergrond van psychische werkgerelateerde klachten, zoals:
- Belasting versus belastbaarheid. Het model van Karasek kan hier goed voor gebruikt worden.
- Rol en betekenis van stressoren en energiebronnen bespreken. WEB model en ABC model kunnen uitgelegd worden.
- Rol van werk als onderdeel van herstel bespreken. Het belang om contact te houden met de werkvloer, collega’s en leidinggevende.
4) Voorlopige diagnose, werkhypothese, hervattingsplan en tijdspad bespreken.
5) Het bespreken van de huiswerkopdracht:
- Cliënt vult circa zeven ervaren stressoren en energiebronnen in.
- Wensen en verwachtingen opschrijven. Dit kan zowel over de werk als privé-situatie gaan.
- Eventuele vragenlijsten invullen. Tijdens het verkennen van de hulpvraag kwam naar voren dat aanvullende informatie gewenst is. Vragenlijsten als DASS, 4 DKL en / OK ( overspanningklachtenlijst van Schmidt ), UBOS, UCL, ICL-R, kunnen dan gebruikt worden. Ook vragenlijsten over arbeidsomstandigheden of de ABC lijst van Cor Prevo kunnen een bijdrage leveren de hulpvraag te verhelderen. Tot slot zijn de thuis-werk interferentie van Cobi Wattez van het IWS en de Balansmeter nuttige mogelijke hulpmiddelen.
- Piekerdagboek bijhouden.
- Contact houden met werkvloer.
De huiswerkopdrachten moeten minstens drie dagen voor de volgende afspraak verzonden zijn.
Het tweede gesprek: Probleeminventarisatie en prioriteiten stellen
Aan te raden is het gebruik van het WEB model, waarmee problemen worden geϊnventariseerd en stressoren en energiebronnen geordend.
Zichtbaar maken van de problematiek helpt in het verhelderen van het verband.
1) Bespreken van de huiswerkopdrachten.
- Bijvoorbeeld RET toepassen voor het piekeren om positieve gedachten te construeren.
2) Onderzoek en bespreken van stressoren.
- (Niet uitgekomen) verwachtingen, thuiswerkproblemen, rolonduidelijkheid, conflicten, etc.
3) Onderzoek en bespreken van energiebronnen.
- Wat levert energie op. Wat heeft cliënt nodig.
4) Voorlopige prioriteitstelling.
- Wat kan snel en simpel worden aangepakt met snel succes.
5) Knelpunten in het werk.
- Oorzaken in werk en mogelijkheden van (partiële) werkhervatting.
- Wat is er nodig om weer te gaan werken?
6) Plan van aanpak concretiseren voor korte en lange termijn.
7) SMART maken van plannen om de actiegerichtheid te bevorderen.
- Plannen moeten: ‘Specifiek, meetbaar, acceptabel, resultaatgericht en tijdgebonden’ gemaakt worden.
8) Overleg met werkgever, verzekeraar, bedrijfsarts stimuleren.
Huiswerkopdracht:
- Awareness. Het hier en nu: fysieke en mentale vermoeidheid koppelen aan ‘wat gebeurt er en waardoor’ ?
- Beschrijf hoe de coping hierop afgestemd wordt.
- Piekerdagboek bijhouden, oefenen met andere constructies van denken.
- Plan van aanpak nagaan met partner, doelen stellen, smart maken.
- Contact met werkvloer houden.
Ingevulde plan van aanpak en piekerdagboek drie dagen voor de volgende afspraak mailen naar de stressmanagement en reϊntegratiedeskundige. Bij problemen of stagnatie de begeleider consulteren.
De stressmanagement en reϊntegratiedeskundige neemt contact op met leidinggevende.
Derde gesprek: plan van aanpak, creëren van controle en perspectief
1) Bespreken van huiswerkopdrachten.
- RET voor constructie van positieve denken.
2) Doelen vaststellen. Irrationele gedachten aanpakken met behulp van RET.
- Prioriteiten kiezen.
- Keuzes maken en grenzen stellen.
- Tools: Timemanagement, Assertiviteitstraining, inzicht en rol van eigen persoonlijkheid, RET.
3) Definitief plan van aanpak vaststellen. SMART maken ten aanzien van partner, werkgever en sociale omgeving.
4) Overleg met werkgever, leidinggevende of bedrijfsarts over plan van aanpak.
Volgens STECR werkwijzer.
Cliënt moet overtuigd zijn van zijn eigen verantwoordelijkheid.
Huiswerkopdracht:
- Rapporteren van het plan van aanpak.
- Awareness hier en nu: fysieke en mentale vermoeidheid, wat gaat eraan vooraf en waardoor.
- Hoe verloopt de coping op emoties, gebeurtenissen. Ervaart de cliënt weerstand uit zijn omgeving of uit zichzelf. Cliënt geeft een beschrijving.
- Het houden van contact met de werkvloer. Beschrijving van verloop.
- Piekerdagboek bijhouden en weergeven hoe piekeren aangepakt wordt.
Resultaten van de uitvoering van plan van aanpak en piekerdagboek drie dagen voor de volgende afspraak mailen naar de coach.
Bij problemen of stagnatie: contact opnemen met de stressmanagement en reϊntegratiedeskundige. Deze neemt contact op met leidinggevende om de situatie te bespreken.
Vierde gesprek: voortgang bewaken en uitvoeren plan van aanpak
1) Uitvoeren van plan van aanpak. SMART moet zichtbaar worden. Bij stagnatie plan opstellen wat iemand nog nodig heeft.
2) Hervinden van balans, omgaan met veranderingen, omgaan met weerstand in jezelf en van de omgeving. Aanreiken van tools.
3) Eventueel verder aanleren van vaardigheden zoals actieve coping, nieuwe competenties en conflicthantering.
4) Hoe verloopt werkhervatting en contact met werkvloer?
5) Eventueel aanpassen van plan van aanpak.
Huiswerkopdracht:
- Rapporteren van de uitvoering van ‘plan van aanpak’.
- Mate van werkhervatting en contact met werkvloer beschrijven.
- Awareness in het hier en nu. Hoe verloopt coping op gebeurtenissen en emoties.
- Registratie van fysieke en mentale vermoeidheid.
- Piekerdagboek bijhouden. Geef ook weer hoe piekeren aangepakt wordt.
Huiswerk drie dagen voor afspraak mailen of sturen naar de stressmanagement en reϊntegratiedeskundige. Bij problemen of stagnatie eerder contact opnemen .
De stressmanagement en reϊntegratiedeskundige neemt eventueel contact op met de werkgever.
Vijfde gesprek: evaluatie en advies
1) Evaluatie:
- Wat stagneert in het reïntegratieproces?
- Wordt piekeren adequaat aangepakt, is het controleerbaar voor cliënt?
- Zijn er voldoende energiebronnen gecreëerd?
- Herkent cliënt zijn valkuilen?
- Worden stressbronnen adequaat aangepakt en staan er genoeg energiebronnen tegenover?
- Afronding: Client bewust maken dat hij alert moet blijven voor het proces.
- Kan hij met deze resultaten en met eventuele nieuwe overtuigingen en verwachtingen verder in het arbeidsproces?
- Bij onvoldoende resultaat nader onderzoek naar andere mogelijkheden.
- Eventueel een gesprek met cliënt, leidinggevende en stressmanager regelen.
2) Advies voor eventueel meer aanleren van vaardigheden in de vorm van modules: timemanagement, assertiviteit, coaching, samen betaald werk doen, conflicthantering, organisatie van werk, competentiemanagement, outplacement.
- Na drie maanden een follow-up voorstellen.
- Eventueel doorverwijzen.
De stressmanagement en reϊntegratiedeskundige heeft eindgesprek (en/of rapportage) met leidinggevende, bedrijfsarts.
Rapportage naar cliënt.
Links:
http://www.stecr.nl/werkwijzers.php
http://nvab.artsennet.nl/Richtlijnen/Richtlijnen-Hulpmiddelen.htm
www.nvsr.nl